Angst voor vaccinatie door onwetendheid

Angst voor vaccinatie door onwetendheid over de ernst van de ziekten. De huidige generatie (aanstaande) ouders kent de ziekten waartegen wordt gevaccineerd vaak alleen van naam. Zij weten vaak niet hoe ernstig deze ziekten kunnen verlopen, omdat deze ziekten, door het rijksvaccinatieprogramma (RVP), niet of nauwelijks nog voorkomen. Dit maakt dat de angst voor deze ziekten is afgenomen en de angst voor eventuele bijwerkingen van vaccinaties de overhand kan krijgen.

Ernstige ziektebeelden waaraan jaarlijks in Nederland 900 kinderen stierven

Op dit moment zijn in het RVP 12 verschillende ziekteverwekkers opgenomen. Het huidige vaccinatieschema,  leidt tot langdurige immuniteit (minstens 15 jaar, uitgezonderd kinkhoest) bij bijna alle gevaccineerden (>90%, uitgezonderd kinkhoest en bof).

Voor invoering van het RVP overleden jaarlijks 900 kinderen aan de gevolgen van ziekten die zijn opgenomen in het RVP: 300 door verstikking bij difterie, 200 door verstikking bij kinkhoest, 200 door hersenontsteking bij mazelen, 200 door hersenvliesontsteking door de pneumococ, Hib of meningococ, en 10 door ademhalingsproblemen bij tetanus of polio. Daarnaast liep een groter aantal kinderen hersenschade op door hersen(vlies)ontsteking bij mazelen, pneumococ, Hib of meningococ of door zuurstofgebrek bij difterie en kinkhoest. Verder kon iedere uitbraak van polio tot blijvende verlammingsverschijnselen bij een aantal kinderen en iedere uitbraak van rode hond tot afwijkingen bij, of overlijden van het ongeboren kind, leidden.

Vanzelfsprekend zullen door betere (ondersteunende) behandeling op dit moment minder kinderen aan deze infectieziekten overlijden dan voor invoering van het RVP. Maar in het beste geval zouden zonder RVP ook nu nog jaarlijks zo’n 250 kinderen overlijden aan deze ernstige infectieziekten en een veel groter aantal kinderen handicaps overhouden. Daarnaast zouden deze ziekten leiden tot enkele duizenden ziekenhuisopnamen per jaar.

Rijksvaccinatieprogramma zeer effectief: nagenoeg geen overlijden meer

Invoering van het RVP heeft geresulteerd in nog nauwelijks voorkomen van deze ernstige infectieziekten, uitgezonderd kinkhoest (nog 10.000 / jaar i.p.v. 150.000 / jaar voor vaccinatie). Er overlijden daardoor in Nederland jaarlijks nagenoeg geen kinderen meer aan deze ziekten; het betreft dan bijna steeds kinderen bij wie vaccinatie niet tot voldoende immuniteit heeft geleid of niet-gevaccineerde kinderen.

In gebieden waar de vaccinatiegraad laag is (de zogenaamde ‘bijbelgordel’) treden zo nu en dan nog wel uitbraken van deze infectieziekten op. Zo waren hier van 1999 tot 2003 enkele uitbraken van mazelen, waarbij 5 kinderen stierven. En in 2005 leidde een uitbraak van rode hond tot ernstige aangeboren afwijkingen bij tenminste één pasgeborene.

Rijksvaccinatieprogramma heeft bijwerkingen

Elke (medische) interventie kent bijwerkingen. Zo ook het RVP. Gelukkig zijn deze bijwerkingen over het algemeen mild en van voorbijgaande aard. Het betreft pijn en roodheid op de prikplaats en milde ‘griepachtige’ klachten met koorts, huilen, meer slapen en onrust. Ernstiger bijwerkingen komen veel zeldzamer voor. Jaarlijks worden bij het RIVM 1000-1500  bijwerkingen gemeld, waarbij driekwart (zeer) waarschijnlijk het gevolg zijn van de vaccinatie. Hierbij gaat het om heftiger ‘griepverschijnselen’, zeer langdurig huilen, huidverschijnselen en verkleurde benen en bij zo’n 200 kinderen om een aanval, meestal ‘gewoon’ flauwvallen, maar bij een klein aantal stuipen door de koorts. Ernstiger vermeende bijwerkingen als epilepsie, allergische shock, hersen(vlies)ontsteking of overlijden worden (bijna) nooit gemeld en hebben indien gemeld meestal een andere oorzaak.

In 1998 werd mazelenvaccinatie in verband gebracht met autisme. Hierop daalde, vooral in England, de vaccinatiegraad tot 60%, met als dramatisch gevolg sterfgevallen door mazelen. Later bleek het onderzoek niet goed uitgevoerd en moest het, inclusief de conclusie dat het mazelenvaccin tot autisme kon leiden, worden teruggetrokken. Ook bleek de onderzoeker financiële belangen te hebben bij de uitkomst van zijn onderzoek.

Bijwerkingen staan niet in verhouding tot de ernst van de ziekten

Elke bijwerking, ernstig, maar ook minder ernstig, is uitermate vervelend voor het individuele kind en zijn ouders. Dit neemt niet weg dat bovenvermelde feiten duidelijk maken dat de bijwerkingen van de vaccinaties in het RVP, door het vaccin zelf, of de toevoegingen, niet in verhouding staan tot de ernst van de ziekten die deze vaccinaties voorkomen.

Penn en Teller illustreren dit prachtig in het filmpje onderaan dit artikel.

Vaccineren; een verantwoordelijkheid naar je kind en naar de maatschappij!

De vaccinatiegraad is in Nederland hoog, zo rond 95%. Alleen in gebieden in de eerder genoemde ‘bijbelgordel’, ligt de vaccinatiegraad lager dan de voor groepsimmuniteit noodzakelijke 85% (voor de meeste ziekten). Hier vinden dan ook af en toe uitbraken plaats.

Naast bezwaren tegen vaccinatie op religieuze gronden, bestaan er bezwaren vanuit de antroposofische en homeopathische hoek. De Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken focust zich vooral op schadelijke gevolgen van vaccineren en maakt hierbij selectieve keuzes in gerefereerde deskundigen en studies. Doordat de kinderen die om niet-religieuze redenen niet gevaccineerd worden verspreid over ons land wonen, profiteren zijn van een hoge vaccinatiegraad onder de andere kinderen en worden zij  door groepsimmuniteit niet ziek.

In Nederland is vaccinatie (gelukkig) niet verplicht. Iedere ouder kan en moet daarom zelf, weloverwogen en op basis van juiste en eerlijke informatie, een keuze maken om zijn kind wel of niet te laten vaccineren. Omdat de bijwerkingen van het RVP in geen verhouding staan tot de ernst van de ziekten (welke helaas nogal eens onderschat worden), is mijn persoonlijke mening dat alle kinderen (enkele kinderen met bijzonder ziektes uitgezonderd) zouden moeten worden gevaccineerd. Helemaal omdat indien niet wordt gevaccineerd, het niet een keuze van het kind, maar van de ouder voor hem of haar is, aan een groter risico op een ernstige infectieziekte bloot te staan. Daarnaast hebben we (zelf ben ik ouder van twee gevaccineerde kinderen) een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de vaccinatiegrens hoog te houden, boven de voor groepsimmuniteit benodigde 85%. Want hiermee zijn ook de kinderen die ondanks vaccinatie geen of te weinig immuniteit opbouwen en de kinderen van wie ouders weloverwogen niet tot vaccineren overgaan, toch (deels) beschermd.  We moeten absoluut voorkomen dat deze infectieziekten ooit weer tot het overlijden van, en handicaps bij, grotere aantallen kinderen leiden.

Jan Peter Rake, kinderarts Martini ziekenhuis Groningen, en vader van Pien (6) en Flip( 3).

Twitter: @JanPeterRake

Bronnen:

  • www.RIVM.nl/rvp
  • www.NVKP.nl
  • Kinderartsen weten te weinig van vaccinaties. Een gesprek met Rudy Burgmeijer. C.M.F.Kneepkend. Prakt. Pediatrie 2008;1(2):8-10
  • Bijwerkingen en contra-indicaties van vaccinaties: feit en fictie. P.E.Vermeer-de Bondt. Prakt. Pediatrie 2008;1(2):20-28
  • Handboek vaccinaties. Theorie en uitvoeringspraktijk. Deel A en B. R. Burgmeijer, K. Hoppenbrouwers, N. Bolscher. 2007 Van Gorcum.
0-4