Terugdringen van zittenblijven: sluit aan bij de ontwikkelingsniveaus

De onderwijsinspectie bericht op 28 maart 2012 over zittenblijven; zie ‘”Nederlandse kinderen blijven te vaak zitten”’ (de Volkskrant, 28 maart) en Nederlandse scholieren blijven vaker zitten. In ons land blijkt 22% van de vijftienjarigen vanaf groep 1 van de basisschool ten minste één keer te zijn blijven zitten. Dat is relatief hoog ten opzichte van de 14,3% in de 34 landen die bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) zijn aangesloten. Ook stijgen bij ons de afgelopen vijf jaar het percentage zittenblijvers en het percentage leerlingen dat naar een lager schooltype gaat (van VWO naar HAVO, van HAVO naar VMBO).

Leerstof wordt steeds vroeger aangeboden

De inspecteur-generaal van de inspectie, Annette Roeters, wil nader onderzoek naar de verklaring van deze gegevens.
Dat laatste hoeft niet meer te gebeuren want onder leerkrachten is die verklaring al lang bekend. De afgelopen 10-15 jaar wordt er vanuit de inspectie namelijk drang uitgeoefend om kinderen steeds vroeger bepaalde leerstof aan te bieden: vijf- en zesjarigen moeten al letterkennis en cijferkennis krijgen; zeven- en achtjarigen moeten al met vormen van vermenigvuldigen en delen bezig zijn; tien- en elfjarigen maken al kennis met algebra en/of meetkunde; pubers worden geacht zelfstandig te werken. Die drang wordt nu zichtbaar in het zittenblijven. De leerkrachten geven toe aan die drang maar ze doen dat met frisse tegenzin omdat ze zien dat het niet werkt: het is ‘gisteren zweten, vandaag weten, morgen vergeten’. Als bij kleuters zes weken geleden de A de letter van de week was omdat Albert jarig was, kan de juf nu helemaal opnieuw beginnen als de A weer de letter van de week is ter gelegenheid van Anja’s verjaardag. Enzovoort.

Inspectie trekt verkeerde conclusie

De leerlingen krijgen door dit alles een te zwakke basis. En dat vertaalt zich in twee richtingen. De ene is dat een kind vroeg of laat allerlei tekorten moet inhalen, bijvoorbeeld door het een jaartje te laten blijven zitten. De andere is dat zijn resultaten aan het slot van groep 8 minder zijn dan wanneer het onderwijsaanbod al vanaf groep 1 bij zijn ontwikkelingsniveau zou hebben aangesloten. Vandaar de slechtere resultaten op de Eindtoets Basisonderwijs. Die resultaten blijken samen te hangen met de hoeveelheid kinderen op een school dat vertraging oploopt. De inspectie trekt dan ook de verkeerde conclusie wanneer zij stelt dat ‘het niet zo is dat scholen die veel leerlingen laten zitten tot beter presteren komen dan scholen die minder leerlingen laten zitten’.

Leerstof laten aansluiten bij ontwikkelingsniveau

Leerkrachten bepleiten dus terecht dat de drang om leerstof vervroegd aan te bieden, losgelaten wordt. Roeters gaat echter nog even verder op het heilloze pad van de afgelopen jaren. Zij bepleit dat leerlingen die dreigen te blijven zitten, extra begeleiding krijgen. Uiteraard is dat zinvol bij een leerling bij wie het aanbod aansluit bij zijn ontwikkelingsniveau, maar bij een leerling die te vroeg een bepaald aanbod heeft gekregen, wil zij het paard achter de wagen spannen. Bij een kind dat ergens niet aan toe is, is extra begeleiding immers nog meer water dragen naar de zee.

Het zittenblijven terugdringen

De OESO wil het zittenblijven terugdringen door leraren en scholen erin te bekwamen sneller in te springen op leerachterstanden. De voorzitter van de Algemene Onderwijsbond, Walter Dresscher, stemt daarmee in: ‘meer gekwalificeerd personeel dat regelmatig wordt bijgeschoold’. Ik ben het eens met Dresscher en doe twee suggesties. Door het officiële onderwijsbeleid sedert de invoering van het basisonderwijs in 1985 is de kennis over de verschillende ontwikkelingsniveaus van kinderen immers afgenomen. Ten eerste, geef leerkrachten die de ontwikkelingsniveaus op de Pabo niet of onvoldoende gehad hebben, de gelegenheid zich daarin bij te scholen, te beginnen voor de basisschoolperiode, dus tussen 4 en 12 jaar. Ten tweede, leg wettelijk vast dat Pabo’s die kennis weer aanbieden.

Opbrengstgericht werken

De inspectie vindt het belangrijk dat ‘scholen nog meer opbrengstgericht gaan werken’ (www.onderwijsinspectie.nl). Onderwijs dat bij elk kind afzonderlijk aansluit bij zijn ontwikkelingsniveau per schoolvak, is uiteindelijk maximaal rendererend.