Populaire computergames

Games zijn op zich behoorlijk verslavend, als ze via internet gespeeld worden, kan het nog erger worden. Het nieuwste zijn strategie spellen, zoals Evony, die je kunt spelen met een facebook account. Het is de bedoeling dat je iedere dag speelt, anders kunnen anderen het zaakje dat je hebt opgebouwd overnemen. Een beetje speler is er minimaal een uur mee bezig. Het wordt als het ware een stukje van je dag, want de concurrentie is moordend.

Ga erbij zitten

Als je puber zo’n game doet, dan is het zaak om er toch eens bij te gaan zitten. Het is best gezellig om met je kinderen over games te praten en je kunt toch wat bijsturen. Smartphone games worden ook vaak een hype bij pubers. Wordfeud heeft heel wat smartphones over de toonbank doen gaan en eerlijk gezegd, het is leuk. Ik speel het met mijn dochter die een paar jaar is uitgezonden naar Panama. Een paar keer per dag weet ik dat ze gezond en wel is, omdat ze een woord stuurt. Het kost nauwelijks tijd en best leuk als je een paar minuten moet wachten om een goed woord te bedenken.

Waarom zijn games leuk?

Net als bij muziek zijn er hits in games en jongeren praten er regelmatig met elkaar over. Ze bespreken met elkaar hoever ze gekomen zijn in een spel en wisselen trucs uit. Helemaal niet meedoen is volgens mij geen optie meer. Mijn kinderen zijn met een computer opgegroeid en ze doen van jongs af aan games. In eerste instantie was ik er niet zo kapot van dat ze daar hun tijd mee verdeden, maar ik besefte dat ze in een andere tijd opgroeiden dan ik en ik verdiepte me er in. Er zijn een heleboel leerzame games. Een strategiespel is tenzij het geen verslaving wordt, best educatief, kinderen leren dat grondstoffen op kunnen raken en hoe je als leider moet zorgen voor je bevolking. Een heleboel games hebben een leuke geschiedkundige achtergrond of zijn gebaseerd op mythologie. Van shooters heb ik nooit het nut kunnen ontdekken, maar handigheid met een joystick kan ooit te pas komen. De auto’s op Mars werden bestuurd met een joystick.

De nadelen van games

Ik vond het moeilijk om mijn kinderen te leren omgaan met computergames. Er zijn er een heleboel behoorlijk verslavend. Mijn kinderen deden shooters zoals Call of Duty en een RPG game World of Warcraft genaamd. Dat spel kon en kan volgens mij nog steeds via internet. Dat kost een paar centen en zelfs toen mijn jongste zoon het als verjaardagscadeau vroeg, heb ik het hem niet gegeven. Ik was toch al ongerust omdat hij er zoveel tijd aan besteedde. Gelukkig deed hij zijn huiswerk, ging naar school en naar zijn sportclub. Soms ging ik erbij zitten en speelde een leveltje mee, gewoon om contact met hem te hebben. Na een maand of drie maakte ik me zo’n zorgen dat ik me afvroeg of ik maatregelen moest nemen. Dat heb ik niet hoeven doen, het was ineens over en hij kon het weer over iets anders hebben dan over Warcraft. Als het langer had geduurd, had ik paal en perk gesteld aan het gebruik van de computer. Ook als hij zijn vrienden had verwaarloosd of niet meer naar zijn sportclub was gegaan, had ik er een stokje voor gestoken.

Gewelddadige games

Ik ging er regelmatig bijzitten als mijn zoons shooters deden. Dan lopen ze op het beeldscherm rond met een groot geweer en maken aliëns of monsters af. Zelf kon ik er niets van, maar zij waren behoorlijk handig en daar waren ze trots op. Echt kapot was ik nooit van al dat bloed, maar ze lachten me uit: ‘Mam, het is toch niet echt.’ Ze hadden plezier en ze speelden tegen elkaar. Eigenlijk kregen ze nooit ruzie, want games zijn rechtvaardig, de punten worden precies geteld. Op een gegeven moment hadden ze een spel waar ze punten konden verdienen door met een auto oude dames dodelijk aan te rijden of over baby’s in kinderwagens heen te rijden. Ik vond het een gruwelijk gezicht, zij vonden me maar een flauw mens. Ze snapten ook wel dat ze in de echte wereld geen dames van oma’s leeftijd mochten overrijden. Al mijn zoons hebben een rijbewijs en ze hebben nog geen ongelukken veroorzaakt, ook niet opzettelijk dus. Ze hebben ook nog geen moord gepleegd en ze breken niet in. Misschien is het genoeg geweest dat ik met hen over de games praatte en om maar gewoon een flauw mens te zijn.