Help, mijn kind moet een werkstuk maken!

Sinds enkele weken zijn de zuchten, kreunen en steunen hier thuis niet van de lucht. Wat is het probleem? Zoonlief moet een werkstuk maken. Nou ja, eigenlijk had dat werkstuk allang ingeleverd moeten worden. Niet gedaan, niet verteld en er was geen haan die ernaar kraaide, tótdat wij tijdens de ouderavond met grote letters “Deze week: werkstuk inleveren!” op het smartboard zagen staan. Bij thuiskomst uiteraard Zoon even stevig aan de tand gevoeld, die bij hoog en bij laag beweerde dat de meester er écht niks over gezegd had en dat de mededeling op het smartboard compleet langs hem heen was gegaan. Tja, wat doe je dan? Het was en is wel duidelijk dat onze terrortelg erg opziet tegen het maken van een werkstuk, dus enige ouderlijke begeleiding is gewenst. Maar hoe doe je dat?

1. Stimuleer je kind om zélf een onderwerp te verzinnen

Een onwillige puber zover krijgen dat hij zelf met een onderwerp op de proppen komt, is een gotspe. Na eindeloos en oeverloos aandragen van tig verschillende onderwerpen, die vervolgens allemaal werden afgekeurd (“Saai! Stom! Heeft iemand in m’n klas al gedaan! Weet ik niks over! Kinderachtig!”) hebben we uiteindelijk gekozen voor de Voor-het-blok-stel-methode. (“Je krijgt 48 uur de tijd om een onderwerp te bedenken, anders bedenken wij er één en daar kan niet over onderhandeld worden.”) Verdient niet de schoonheidsprijs, maar ach, opvoeden is een leerproces, ook voor de ouders.

2. Laat je kind verschillende hoofdstukken bedenken

Bij ons viel de keuze uiteindelijk op “het ziekenhuis”. Een, naar onze mening, redelijk breed onderwerp, waar veel over te vertellen valt. Maar wat vertel je wel, en wat vertel je niet? Kijk hoeveel hoofdstukken je kind moet schrijven en laat het het bijbehorende aantal onderwerpen verzinnen. Het voorwoord en dergelijke komt pas als laatste aan de beurt.

3. Verzamel informatie

Als de hoofdstukken zijn ingedeeld, wordt het tijd om informatie te verzamelen. Daartoe zijn verschillende kanalen beschikbaar. Wij geven de voorkeur aan de bibliotheek, al was het maar omdat kinderen, en vooral pubers, anders geneigd zijn een kant-en-klaar werkstuk van internet te plukken. Laat je spruit ook zelf opschrijven wat hij/zij allemaal weet over het onderwerp- dit is vaak meer dan je denkt! Breng de informatie onder in de bijbehorende hoofdstukken.

4. De hoofdstukken schrijven

Pas na de nodige research, komt het echte schrijfwerk. In ons geval komt het erop neer dat we terrortelg vastbinden aan de bureaustoel (handjes vrijhouden, anders kan ‘ie niet bij het toetsenbord) en door middel van oogkleppen de aandacht gevestigd houden op het beeldscherm. Nee hoor, grapje! Laat je kind de gevonden informatie in eigen woorden opschrijven in de diverse hoofdstukken en bekommer je even niet om plaatjes, schrijffoutjes en opmaak. Heb je erg ijverig nageslacht, let er dan op dat het niet ‘verdwaalt’ in de aangeboden informatie: één à anderhalf a4 per hoofdstuk is genoeg.

5. Het voor- en eventueel nawoord

Pas als het werkstuk in grote lijnen af is, wordt het voor- en eventuele nawoord geschreven. In het voorwoord laat je je kind opschrijven waarom het voor dit onderwerp gekozen heeft, welke bronnen er gebruikt zijn om informatie te verzamelen en -eventueel- wie er geholpen heeft met het maken van het werkstuk. Wordt er iemand geïnterviewd, dan wordt hij/zij in het voorwoord uiteraard bedankt.

6. Opmaak

In een van de laatste fases wordt aandacht besteed aan zaken als plaatjes, lettertype en opmaak. Laat je kind het werkstuk doorlezen en help het eventueel om schrijf- en grammaticafouten te verbeteren. Als je het idee hebt dat je telg gevonden informatie letterlijk heeft overgetypt, vraag dan wat er met een bepaald stukje tekst bedoeld wordt en of hij of zij in eigen woorden kan vertellen waar het over gaat. Verzamel, samen met je kind, plaatjes op internet en voeg deze toe aan het werkstuk. Als je zoon of dochter een onderwerp gekozen heeft dat ‘dubbelzinnig’ op te vatten is, help dan met het zoeken naar plaatjes of, beter nog, installeer een Safe Search-functie. Je wil tenslotte niet dat je spruit, op zoek naar plaatjes van een schattige kattenfamilie, geconfronteerd wordt met allerhande ranzigheid die te vinden is onder het zoekwoord “poes”.

7. Presentatie

Is het werkstuk, geïllustreerd en al, keurig uitgeprint, dan kan je het samen met je kind voorzien van een nette kaft. Help je spruit om een kaftje te ‘ontwerpen’ dat aansluit bij het onderwerp van het werkstuk. In ons geval zijn we snel klaar; gezien het ziekenhuisthema kiezen we dit jaar voor een witte kaft met een groot rood kruis. Pas als het werkstuk helemaal af is, kan het worden ingeleverd bij de docent.

Last but not least: begin op tijd

In de ideale wereld meldt je spruit ruim van tevoren dat er een werkstuk ingeleverd moet worden. Mocht jij in deze gelukkige positie verkeren, let er dan op dat je telg ook tijdig aan het werkstuk begint. Kinderen (ook pubers) zijn vaak niet goed in plannen en hebben de neiging om vervelende klusjes eindeloos uit te stellen, dus aan jou de taak om hierop toe te zien.

School