Kleine kinderen en angst voor insecten

Leo van 20 maanden speelt in de zandbak, met zijn moeder op de rand. Ze hoort een luid gezoem, denkt aan een wesp of hommel, raakt in paniek en rukt hem weg. Sindsdien is hij extreem bang voor vliegende insecten, vooral als hij moe is. Ook op het zien van een vliegende vlieg roept hij panisch ‘Bij! Bij!’. Hoe is Leo’s insectenangst of entomofobie ontstaan en wat kunnen zijn ouders eraan doen?

Angsten

Angsten voor concrete zaken in de directe omgeving ontstaan in fase 4 (gemiddeld 8-12 maanden). Dan legt het kind vaste verbanden. Bijvoorbeeld, op het moment dat Huubs vader in zijn werkkamer de boor aanzet, plaatst zijn moeder hem in zijn kinderstoel. Hij legt een verband tussen dat nare geluid en zijn stoel, raakt in paniek en wil er onmiddellijk weer uit.

Mentale beelden

Als kind van 20 maanden is Leo toch allang in een andere fase, denkt u misschien. Zeker, maar zijn begrip van insecten en moeders paniekreactie is dan niet veel beter dan Huubs begrip van boren en kinderstoelen rond 10 maanden. Bovendien is Leo met 20 maanden in de meeste opzichten een fase-7-kind. In die fase (gemiddeld 18-22 maanden) ontstaan de eerste mentale beelden. In de taalontwikkeling uiten die zich doordat het kind zich elke dag enkele nieuwe woorden eigen maakt: ‘stoel’ (doorgaans ‘toel’), ‘eten’ en dus ook ‘bij’ zoals in Leo’s ‘Bij! Bij!’.

Wat kun je eraan doen?

Hij vat ook zijn moeders paniek in de zandbak op als een mentaal beeld. Hoewel hij niets angstig aan dat insect zelf heeft meegemaakt, bedenkt hij er vanwege haar reactie toch iets angstigs bij. En dus wordt hij dan op slag bang voor vliegende insecten.  Hoe is Leo hiervan te verlossen? Op vele manieren – als hier maar aan voldaan is: hij moet concreet kunnen zien en ervaren dat insecten (doorgaans) niet gevaarlijk zijn.

Zijn ouders kunnen enkele plastieken ongevaarlijke speelgoedinsecten kopen en daar dan in zijn bijzijn mee spelen en lief tegen doen. Als hij daaraan gewend is, kunnen ze hem uitnodigen die beestjes ook een kusje te geven of te aaien. Ook kunnen ze een boekje over vlinders, vliegen en dergelijke voor hem kopen. En een uitstapje naar aan een vlindertuin pakt waarschijnlijk eveneens goed uit.

Ewald

Ewald Vervaet werkt bij Histos, een stichting die psychologisch onderzoek verricht en bevordert. Heb jij een vraag voor Ewald? Reageer dan op dit artikel en wie weet wordt hij binnenkort beantwoord.