Hoe help je een kind met angst?

‘Ik durf niet langs die enge hond.’ ‘Er ligt een monster onder mijn bed.’ ‘Laat je mij nooit in de steek? ‘Jij gaat toch nooit dood?’ Jonge kinderen worden soms overspoeld door angst. Een heel normaal verschijnsel in de kindertijd. Het hoort gewoon bij het opgroeien. Maar soms zijn angsten zo hevig dat ze je kind belemmeren in hun activiteiten. Als moeder kun je je kind leren om zo met angsten om te gaan dat ze uiteindelijk verminderen.

Bang zijn kan een gezonde reactie zijn op een nieuwe of veranderende situatie in het leven. Het zorgt ervoor dat je extra goed oplet, attent bent en rustig met een nieuwe situatie om kan gaan. Bij elke leeftijdsfase ontwikkelen zich ‘nieuwe’ angsten. Bij jonge kinderen zie je vooral angst die te maken heeft met persoonlijke veiligheid (‘je komt toch wel weer terug mama?’)en zaken die voortkomen uit de fantasie van het kind (‘er ligt een krokodil onder mijn bed’).

Wordt een kind ouder, dan nemen bovenstaande angsten af. Kinderen kunnen dan beter rationaliseren.  Ze bedenken dan zelf dat er geen reden is om bang te zijn voor een monster onder hun bed. Hun angsten worden dus ook rationeler: angst voor school bijvoorbeeld, prestaties en sociale contacten.
Globaal kun je angst onderverdelen in een aantal categorieën:

  • angst voor reële gevaren (verkeer, dood)
  • angst voor gevaren in onze gedachten (monsters)
  • angst die ontstaat tijdens de ontwikkeling van kinderen (verlatingsangst)
  • angst die overgenomen wordt van ouders (spin)
  • angst ontstaan door traumatische gebeurtenissen (ziekenhuisopname, scheiding, overlijden)

Angst mag dan bij de ontwikkeling van je kind horen, het is niet leuk om mee te maken. Als moeders is het belangrijk om de angst van je kind serieus te nemen.

Samen praten
Door samen over de angst te praten, leert je kind zijn angst onder woorden te brengen. Zeg niet dat je kind zich niet moet aanstellen, dat monsters niet bestaan en krokodillen veilig opgesloten zitten in de dierentuin. Maar ga op een rustige manier het gesprek aan. Probeer samen te bedenken wat jouw kind in die angstige situatie het beste zou kunnen doen. Maak een plan. Je kind krijgt meer gevoel van controle als het zelf de oplossingen heeft bedacht. Daar wordt ook de angst minder van.

Fantasiespel
Met poppen, lego of blokken kun je het onderwerp naar voren laten komen. Speel samen een bezoek aan de dokter na of hoe een pop bang is voor een hond. Spelenderwijs komen jullie samen misschien tot een manier om de angst te overwinnen.

Stapsgewijs confronteren
Ook kun je stapsgewijs je kind in aanraking laten komen met datgene waar hij bang voor is. Dit gaat natuurlijk vooral om concrete zaken, zoals: angst voor dieren of het donker.

Grens aangeven
Verder is het belangrijk dat je kind leert om duidelijk zijn grens aan te geven om te voorkomen dat hij in paniek raak.

Wees trots
Laat merken dat je trots bent op je kind wanneer het dingen doet die moeilijk voor hem/haar zijn.

Stimuleer je kind om de dingen die het uit de weg gaat toch te doen
Wanneer een kind ergens tegenop ziet, zal het er vaak voor kiezen om die situatie uit de weg te gaan. Stimuleer je kind om dingen te ondernemen en spreek je vertrouwen uit dat het hem/haar wel zal lukken.

Bedenk tussenstappen
Waarschijnlijk is je kind voor een aantal dingen bang. Wanneer je kind het erg moeilijk vindt om iets te doen, bedenk dan samen een tussenstap die het wel aandurft.  Zo kan een kind het heel eng vinden om een boodschap te halen bij de bakker. Ga bijvoorbeeld eerst mee en laat je kind zelf het woord doen. De volgende keer ga je wel mee, maar blijf je buiten staan.

Geen paniek
Kinderen komen niet van hun angst af door hen dingen te laten doen waar ze panisch van worden. Wanneer een kind echt in paniek raakt, is het niet verstandig om door te zetten. Bedenk dan gezamenlijk tussenstappen, zodat die laatste stap minder moeilijk wordt. 

Wees een goed voorbeeld voor je kind
Kinderen imiteren vaak gedrag van de ouders en zien dus ook duidelijk hoe hun ouders omgaan met angst. Temper dus jouw eigen reacties wanneer je zelf iets eng vindt. Wanneer ouders kalm en oplossingsgericht met beangstigende situaties omgaan, kan dit voor het kind een goede voorbeeldfunctie zijn.

Wakker de angst niet aan
Het is belangrijk om kinderen die toch al angstig en voorzichtig zijn, niet uitgebreid op gevaren te wijzen. Of te ondermijnen wat kinderen zelf wel denken aan te kunnen. Wanneer een kind zegt dat het iets zelf wel kan, reageer hier dan positief op.

Overleg en kies één lijn
Natuurlijk zijn ouders het in de opvoeding niet altijd met elkaar eens. Maar met angst is het belangrijk dat je als ouders één lijn trekt. Wat het kind van de ene ouder moet, moet bij de andere ouder ook. Wat de ene ouder accepteert, accepteert de andere ouder ook. Want duidelijkheid betekent veiligheid.

Puber kamer

Stinkende Slaapkamergeheimen

Langzaam loop ik de trap op. Behoedzaam zelfs. Nu valt het deze keer wel mee en kan ik veilig naar boven lopen. Er liggen wat ...