Hoe zorg je dat je kind doorslaapt?

Ja moeders (en vaders!), we weten het allemaal, maar toch valt het vies tegen: het gebrek aan slaap in het eerste levensjaar van je kind(eren). Dat hoort erbij, is het standaarddevies, maar ik werd er af en toe flink chagrijnig van! Ik had veel aan een scala aan tips, zowel te vinden in de diverse bladen en op sites, maar zeker ook aan de ervaringsverhalen van mijn vriendinnen, annex collega-moeders.

Waar ik al snel achter kwam, is dat kinderen goed varen op regelmaat. De ‘ouderwetse’ riedel van ‘rust, reinheid en regelmaat’ is juist van alle tijden. Wat betreft slapen en doorslapen zijn rust en regelmaat essentieel in het creëren van een eigen slaapritme van je kleine. En dat begint feitelijk al vanaf de eerste dag.

Voordat je kind ’s nachts leert door te slapen, is het belangrijk ook overdag een redelijk vast ritme aan te houden. Tot een maand of 4 is dat meestal het ritme van voeden, maximaal 2 uurtjes wakker en weer slapen tot de volgende voeding. Als je je kind borstvoeding geeft, kan het schema iets onregelmatiger verlopen, je weet namelijk niet wat je kindje precies binnen krijgt. Naarmate de maanden vorderen, zal je kind steeds langer wakker zijn tussen de voedingen door.

Als je kind aangeeft dat het moe is, breng je het naar bed. Kleine baby’s zijn dan wat huilerig en draaien hun hoofdje van je weg. Iets grotere baby’s en dreumesjes wrijven in hun oogjes. Laat je kind slapen in de eigen slaapkamer, in het eigen bedje. Het is uiteraard verleidelijk de box als bedje voor overdag te gebruiken, maar dat heeft voor de nachtrust vervelende gevolgen. In de woonkamer, waar de box toch meestal staat, zijn er veel geluiden en is er veel te zien. Je kind zal wel in slaap vallen, maar niet in een diepe slaap komen en bovendien zal je kleintje het op de eigen slaapkamer te stil vinden om in slaap te vallen met als gevolg dat het daar slechter slaapt. En ’s nachts beneden in de box slapen zal niet de bedoeling zijn.

Een andere eyeopener is dat wij te snel geneigd zijn, meteen in te grijpen als ons kind even huilt in bed. Geef je kind even de tijd om tot rust te komen, te schakelen van actief naar niets doen. Soms is huilen daarbij eerder een ritueel dan daadwerkelijk verdriet. Meestal slaapt je kind binnen een kwartier in. Als dat langer duurt en het huilen houdt niet op of neemt toe, troost je het door zacht te praten, te zeggen dat het goed is en na een knuffel ga je weer weg. Als je dat goed vindt, gebruik je een fopspeen bij het inslapen. Soms moet je dit ritueel een aantal keer herhalen. Het is een kwestie van volhouden, maar je zult zien dat op een gegeven moment je kind begrijpt dat in bed liggen met rust en slapen te maken heeft.

Als je kind groeit en daarmee ook het bewustzijn, is een bedritueel een prima manier om naar het slapengaan toe te werken. Eerst de warme maaltijd, nog even spelen en daarna in bad. Na het badje de laatste fles en dan lekker naar bed. Zo rond een jaar kun je beginnen met het voorlezen van een verhaaltje.

Als je kind later op de avond of ‘s nachts toch wakker wordt, laat het dan in bed, tenzij het extreem hard huilt of de geur van een vieze luier je bij binnenkomst al tegemoet komt. Een knuffel of even jouw stem horen zijn meestal voldoende om weer te kunnen inslapen. Een fles of de borst geven als je kind al van de nachtvoeding af is, mag altijd, maar is niet nodig. Doe je dat wel, dan is de kans aanwezig dat je kind vaker wakker gaat worden en niet meer inslaapt zonder mama’s melk. Ook hier werkt consequent zijn het beste, al is dat niet altijd de makkelijkste weg.

Je zult zien, als je je kindje in het eerste jaar een eigen ritme hebt geleerd en het weet dat het zelf in slaap kan vallen, jouw kind een goede slaper blijft. Natuurlijk komen de fases van dromen, spoken in de kamer of onder het bed, dat hoort erbij, maar je kind heeft een vaardigheid aangeleerd die het hele leven handig is. Ongeveer een derde daarvan blijken we namelijk slapend door te brengen.

Welterusten!