3 mythes rond zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining, we zijn het er allemaal over eens het is geen prettige periode in je leven is en je kunt er behoorlijk moedeloos en gefrustreerd door raken. Maar als je kindje dan eindelijk op het potje of zelfs op de W.C. gaat plassen en poepen dan staan we te dansen van geluk. Wat een opluchting. Als ik andere mamablogs lees is het een van de grootste uitdagingen voor een ouder. Ik geef toe, het is niet makkelijk, maar het is nou ook allemaal niet zo moeilijk als sommige blogs het laten lijken.

Mijn twee oudste kinderen waren uit de luiers toen ze iets ouder dan 2 jaar waren. Ik kreeg vaak opmerkingen van andere moeders als “Ben je nu al bezig met het potje?” terwijl ze zelf maar geen afscheid kan nemen van de up-and-go broekjes van haar eigen kindje. Het hele zindelijkheidsgebeuren wordt opgeblazen door alle mythes die er de ronde over doen. Ik heb 3 van deze mythes  opgeschreven.

1. Je kunt pas beginnen als je kindje er klaar voor is.

Dat is echt de grootste onzin die ik ooit heb gehoord. Volgens mij is deze mythe bedacht door een moeder die zelf nog niet klaar was voor de onvermijdelijke ongelukjes. Hoewel ik begrijp dat er kinderen zijn die een ontwikkelingsachterstand hebben of die niet zo heel snel zijn, over het algemeen denk ik dat de meeste kinderen best in staat zijn om gebruik te maken van een potje voor ze 2 jaar oud zijn.

We leren onze kinderen iets te doen dat heel belangrijk is in het leven. Ik zie geen verschil met het afleren een speentje te gebruiken of over te gaan van melk naar vast voedsel. Kinderen zijn slim en veerkrachtig. Het kan best even duren voor ze het door hebben, maar uiteindelijk lukt het ze best.

2. De opvang zorgt voor de zindelijkheidstraining

Dat is dus niet waar. Op zo’n kinderdagverblijf hebben ze daar echt niet altijd tijd voor en zullen daar pas mee beginnen als jij als ouder al lang onderweg bent. Het is belangrijk dat je er de tijd voor neemt. Het beste moment is om te beginnen als jezelf vrij bent (vakantieperiode). Zorg dat je een routine hebt waar iedereen zich aan kan houden.

3. Zindelijkheidstraining is moeilijker bij jongens dan bij meisjes

potjeEcht Niet Waar! Zodra hij in de gaten heeft dat hij zelf kan kiezen wanneer en waar hij gaat plassen is het voor een jongetje veel makkelijker. Ze hoeven bijvoorbeeld niet altijd op het potje te zitten. Onderweg is het dus ook veel makkelijker om een jongetje te hebben, veel minder ongelukjes. Ze kunnen ook tegen een boompje plassen of zoals mijn zoontje deed, midden op het schoolplein van mijn dochter (niet wenselijk overigens). Bij sommige kinderen duurt het wat langer als bij andere kinderen, maar dat heeft niks met geslacht te maken. 

Een up-and-go broekje helpt

Ik denk eerlijk gezegd dat zo’n “trainingsbroekje”  het moeilijker maakt voor een kindje. Voor de ouders zijn het wel ideale hulpmiddelen, bij een ongelukje kun je hem veel makkelijker verschonen. Maar het geeft je kindje ook een gevoel van veiligheid.

Wij hebben bij onze kinderen gewoon geen luiers meer gebruikt en alleen een onderbroekje. Ik geef toe, het was een paar weken een vieze bedoening bij ons thuis. Er waren momenten dat ik mijn haren uit mijn hoofd trok van frustratie, maar het resultaat was wel dat mijn kinderen binnen twee weken helemaal zindelijk waren.

[button url=”https://partnerprogramma.bol.com/click/click?p=1&t=url&s=8480&f=TXL&url=http%3A%2F%2Fwww.bol.com%2Fnl%2Fp%2Ffisher-price-koninklijk-potje-krukje%2F9200000020487984%2F&name=potje” style=”pink” size=”medium”]Op zoek naar het ideale potje?[/button]

Aan de slag

Het is alweer 8 jaar geleden sinds mijn middelste geen luier meer om hoeft. Mijn jongste is nu anderhalf en binnenkort gaan we ook met hem beginnen. Misschien praat ik dan wel weer helemaal anders. Het is tenslotte en jongetje, dat is toch iets moeilijker dan een meisje en misschien is hij er nog helemaal niet klaar voor 😉

Ik hou jullie op de hoogte!

Het potje op de grote foto is het Fisher-Price Koninklijk Potje & Krukje

 

Uitgelichte afbeelding: Shutterstock