Waarom je lichaam na je dertigste anders reageert dan je gewend bent

Je lichaam na je dertigste - dit verandert er echt

Er is een moment dat veel moeders herkennen. Je doet niet wezenlijk iets anders dan tien jaar geleden, je eet ongeveer hetzelfde, en toch zit je broek anders. Niet dramatisch, maar genoeg om je af te vragen wat er veranderd is.

Het makkelijke antwoord is dat je minder discipline hebt dan vroeger. Dat antwoord klopt meestal niet. Wat wel klopt, is dat je lichaam en je leven in die jaren allebei zijn veranderd, en dat de cijfers dat opvallend precies laten zien.

Het verschil tussen je twintiger- en je veertigerjaren is groot

Het CBS meet elk jaar hoeveel Nederlanders overgewicht hebben en splitst dat uit naar leeftijd. Die cijfers laten een scherpe lijn zien (1).

Van de mensen tussen de 20 en 30 jaar heeft 30,4 procent overgewicht. In de groep van 30 tot 40 is dat 45,0 procent. En tussen de 40 en 50 jaar is het 54,3 procent.

Dat is bijna tachtig procent meer in twee decennia. Voor ernstig overgewicht loopt het net zo op: van 9,7 procent onder twintigers naar 16,9 procent bij veertigers.

Die jaren zijn voor veel vrouwen precies de jaren waarin er kinderen komen, de werkdruk toeneemt en er weinig tijd overblijft voor jezelf. Dat is geen toeval.

Ouders scoren hoger dan het gemiddelde

In dezelfde cijfers kun je ook kijken naar de positie in het huishouden. Van de mensen die partner zijn in een gezin met kinderen heeft 54,1 procent overgewicht (1). Bij ouders in een eenoudergezin is dat 56,8 procent, en heeft 21,3 procent ernstig overgewicht.

Ter vergelijking: over de hele bevolking van 18 jaar en ouder ligt het percentage rond de 50 procent (2).

Ouders zitten dus boven het gemiddelde, en alleenstaande ouders het hoogst van allemaal. Wie weleens heeft geprobeerd om na een werkdag én het avondritueel nog iets voor zichzelf te doen, snapt waarom.

Het ligt niet aan één ding

Het Voedingscentrum omschrijft het ontstaan van overgewicht als complex en noemt zeven categorieën mogelijke oorzaken: leefstijl, sociaaleconomische factoren, psychische factoren, medicatie, hormonen, schade aan de hypothalamus en genetische aanleg (3).

Daarnaast wijst het Voedingscentrum op de omgeving. In Nederland is energierijk voedsel de hele dag door en overal verkrijgbaar, terwijl de noodzaak om te bewegen door goed vervoer klein is geworden. Die combinatie wordt de obesogene omgeving genoemd en geldt als een belangrijke oorzaak van de toename van overgewicht in de afgelopen decennia (3).

Wat dat praktisch betekent: het is niet vreemd dat het niet lukt met een goed voornemen alleen. Er werken meerdere dingen tegen je tegelijk, en sommige daarvan hebben niets met wilskracht te maken.

Waarom het landelijk niet opschiet

In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken dat het percentage volwassenen met overgewicht in 2040 op 38 procent moet liggen, en ernstig overgewicht op 7 procent (2).

Van die doelen is nog weinig te zien. Het aandeel volwassenen met overgewicht schommelt al tien jaar rond de 50 procent. Het aandeel met ernstig overgewicht ging in diezelfde tien jaar juist omhoog, van 13 procent naar 16 procent (2).

Terwijl roken en overmatig drinken in die periode wél duidelijk daalden. Dat verschil zegt iets: gewicht blijkt taaier dan de andere leefstijlthema’s.

Wanneer het zin heeft om er iemand bij te halen

Voor veel mensen is een aanpassing in eten en beweging genoeg. Lukt dat na een paar serieuze pogingen niet, dan is dat niet per se een persoonlijk falen. Het kan ook betekenen dat er iets meespeelt wat je zelf niet ziet, bijvoorbeeld iets hormonaals of medicatie die je al jaren gebruikt.

De huisarts is dan het logische eerste adres. Daarnaast bestaan er klinieken met een medisch begeleid traject, waarbij een arts eerst kijkt wat er bij jou speelt voordat er een plan wordt gemaakt. Zo’n traject onder de noemer medical weight loss begint doorgaans met een meting en een gesprek, niet met een dieet.

Bij sommige van die trajecten hoort ook medicatie. Een middel als ozempic is een receptgeneesmiddel dat alleen door een arts wordt voorgeschreven en alleen onder medische controle wordt gebruikt. Het is geen vrij verkrijgbaar product en het is ook niet voor iedereen geschikt.

Bij dit type medicatie horen bijwerkingen. Misselijkheid en diarree komen bij meer dan tien procent van de gebruikers voor, en braken, buikpijn, obstipatie en vermoeidheid bij één tot tien procent (4). Of het in jouw situatie een verstandige route is, is dan ook een vraag voor een arts en niet voor een artikel.

Wat je wel altijd kunt doen: een vrijblijvend consult aanvragen om te horen wat er in jouw geval speelt. Dat verplicht je tot niets.

Wees eerlijk tegen jezelf, niet streng

Misschien is het nuttigste wat je uit die cijfers haalt, dat je niet de enige bent. Meer dan de helft van de ouders in Nederland zit in dezelfde situatie, en het patroon per leeftijdsgroep is zo consistent dat het moeilijk vol te houden is dat het aan individuele discipline ligt.

Dat is geen excuus om niets te doen. Het is wel een reden om milder te zijn over waarom het tot nu toe niet lukte, en om hulp te zoeken op het moment dat je merkt dat je er zelf niet uitkomt.

Bronvermelding

(1) CBS StatLine, “Leefstijl; persoonskenmerken”, tabel 85457NED, cijfers 2024: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/85457NED

(2) CBS, “Roken en alcoholgebruik afgenomen sinds 2014, overgewicht gelijk gebleven”: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/12/roken-en-alcoholgebruik-afgenomen-sinds-2014-overgewicht-gelijk-gebleven

(3) Voedingscentrum, “Overgewicht”: https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/overgewicht.aspx

(4) Farmacotherapeutisch Kompas, preparaattekst semaglutide: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/s/semaglutide

Visited 3 times, 1 visit(s) today