Kinderen leren vloeken is helemaal niet zo slecht [wetenschappelijk bewezen]

Het voelt lekker, het lucht op en zeg nou eens eerlijk, soms kun je er gewoon echt niks aan doen. Vloeken. Af en toe floept het er gewoon uit, zo’n kreet die uit je tenen lijkt te komen. Vanochtend nog, half slapend sta ik in de keuken op mijn sokken koffie te maken. Ik zet één stap achteruit en ja hoor, een legoblokje. Voor ik er erg in heb roep ik

“Wat een kutzooi hier ook altijd”.

Er zaten drie kinderen achter me aan de keukentafel die het hele tafereel hadden aanschouwd. Ik wist direct wat de consequentie van mijn momentje van zwakheid zou zijn:

Sam(6): “wat is kutzooi mama?”,

Mai (15): “die kutzooi heb je toch echt zelf gemaakt mam”

Liam (13): “Papa, mama zei Kutzooi”

Maar weet je? Het blijkt dus helemaal niet zo erg te zijn om te vloeken in het bijzijn van je kinderen. Dr. Emma Byrne, een wetenschapper op het gebied van kunstmatige intelligentie en de auteur van Swearing is Good for You: The Amazing Science of Bad Language zegt dat kinderen leren vloeken kan helpen om taal beter te begrijpen en ze heeft vloeken ook gekoppeld aan – onder andere – eerlijkheid, een grotere woordenschat, betere geloofwaardigheid en het kan kinderen helpen hun woede te verwerken.

Emma, die zichzelf de titel de ‘Sweary Scientist’ noemt zegt ook:

“…we proberen vaak onze kinderen te beschermen voor vloekwoorden, maar ik ben er sterk van overtuigd dat we deze visie moeten herzien…”

OK gurlll, we luisteren …

In haar boek zegt Byrne ook dat is aangetoond dat vloeken de effecten van fysieke pijn en angst vermindert, slachtoffers van trauma’s helpt taal te herstellen en ‘samenwerking’ tussen kinderen onderling bevordert.

Hoewel ik weinig weet over de wetenschap erachter, ik weet wel dat het me enorm kan opluchten als ik hard “Kijk uit je doppen klootzak” roep als ik in de auto zit. Dus waarom zouden onze kinderen niet mogen profiteren van dezelfde gevoelens van opluchting?

Let wel, ik ben opgegroeid met een vader die ik welgeteld één keer ‘potverdorie’ heb horen zeggen, omdat hij een glazen vaas op zijn teen liet vallen. Hij herinnerde me er constant aan dat vloeken iets is wat “domme mensen zeggen als ze niet iets slimmers kunnen bedenken.” Je zult begrijpen dat ik niet zijn visie heb overgenomen en dat ik mijn kinderen zijn wijsheid op dit gebied niet heb doorgegeven.

En blijkbaar is dat helemaal niet zo verkeerd.

“Leren hoe je effectief vloekenwoorden kunt gebruiken, met de steun van empathische volwassenen, is veel beter dan proberen kinderen te verbieden dergelijke taal te gebruiken,”

ZegtByrne.

De wetenschapper en de vloekprofessional verwijst ook naar een bijzonder interessante studie die ontdekte dat vloeken als een persoon pijn ervaart (zoals zijn hand in ijskoud water steken) zijn tolerantie voor de pijnbron met 50% verhoogt in vergelijking met iemand die een neutraal woord schreeuwt.

Het is duidelijk dat ouders en leraren niet in iedere zin een F-bom moeten laten vallen, maar er een beetje relaxed mee omgaan kan zelfs voor kinderen in bepaalde situaties best goed zijn.

Volgens de wetenschap dan hè.