Als moeder ben je vaak bang dat je kind gepest wordt. Maar wat als je hoort dat je eigen kind degene is die pest? Dat is een klap. Je voelt je misschien boos, beschaamd of verdrietig, en je vraagt je af wat je fout hebt gedaan. Toch overkomt dit veel meer ouders dan je denkt. En het goede nieuws is dat je er echt iets aan kunt doen.
In dit artikel lees je hoe je rustig reageert, hoe je uitzoekt waarom je kind pest en hoe je samen met school werkt aan een oplossing. Ook lees je hoe een school met een vaste aanpak tegen pesten ook het kind dat pest helpt.
Eerst even slikken
Het bericht komt vaak onverwacht. De leerkracht belt, of een andere ouder spreekt je aan bij het schoolhek. Je eerste reactie is misschien: “Mijn kind? Dat kan niet.” Dat is heel menselijk. Niemand wil geloven dat het eigen kind een ander pijn doet.
Probeer toch niet meteen in de verdediging te schieten. Luister eerst naar wat er wordt verteld en vraag om een afspraak als je meer wilt weten. Neem daarna de tijd om het te laten bezinken voordat je met je kind gaat praten. Je hoeft niet direct een oplossing te hebben.
Een kind dat pest is geen slecht kind
Dit is misschien wel het belangrijkste om te onthouden. Pesten is gedrag, en gedrag kun je veranderen. Kinderen pesten om allerlei redenen. Soms willen ze erbij horen, soms doen ze mee omdat ze bang zijn om zelf gepest te worden. En soms hebben ze gewoon niet door hoe erg het is voor de ander.
Pesten gebeurt ook bijna nooit alleen. Er zijn vaak kinderen die meelachen of toekijken. Scholen die werken met een vaste aanpak, zoals een Kiva school, gaan daarom uit van de hele groep. Het doel is niet om één kind de schuld te geven, maar om ervoor te zorgen dat het pesten stopt en dat iedereen zich weer veilig voelt.
Zo praat je erover met je kind
Kies een rustig moment om het gesprek te beginnen. Dus niet direct na schooltijd als je kind moe is, en ook niet als je zelf nog boos bent. Een gesprek tijdens een wandeling of in de auto voelt voor veel kinderen minder spannend dan aan tafel tegenover elkaar.
Vertel wat je hebt gehoord en vraag hoe je kind het zelf ziet. Luister echt, ook als het verhaal anders is dan je had verwacht. Vaak zie je pas dan wat er speelt. Maak ook duidelijk dat je van je kind houdt, maar dat pesten niet oké is. Zo keur je het gedrag af en niet je kind.
Help je kind zich in te leven
Veel kinderen die pesten, staan er niet bij stil hoe het voelt voor de ander. Vraag daarom: “Hoe zou jij het vinden als iemand dit bij jou deed?” of “Wat denk je dat hij of zij voelde?” Door die vragen gaat je kind zelf nadenken, in plaats van alleen maar te luisteren naar een preek.
Bedenk daarna samen wat je kind anders kan doen. Kan het excuses maken? Kan het een keer samen spelen met het kind dat gepest werd? Kleine stappen zijn vaak al een goed begin. Op zoek naar meer ideeën om zulke gesprekken thuis goed te voeren? Dan vind je ook handige tips voor moeders die je meteen kunt gebruiken.
Waarom pest mijn kind?
Achter pesten zit vaak een reden. Als je die reden begrijpt, kun je je kind beter helpen. In de tabel hieronder zie je een paar redenen die vaak voorkomen, en wat je als moeder kunt doen.
| Mogelijke reden | Wat kun je als moeder doen? |
|---|---|
| Je kind wil erbij horen of stoer gevonden worden | Praat over wat echte vriendschap is en laat zien dat je kind ook op een fijne manier gezien kan worden. |
| Je kind doet mee uit angst om zelf gepest te worden | Erken dat die angst begrijpelijk is en bedenk samen wat je kind wel kan doen. |
| Je kind heeft niet door hoe erg het is voor de ander | Help je kind om zich in te leven. Vraag hoe het zich zou voelen als het zelf zo behandeld werd. |
| Je kind zit zelf niet lekker in zijn vel | Zoek uit wat er speelt, thuis of op school, en vraag zo nodig hulp. |
Soms is de reden niet meteen duidelijk. Dat is niet erg. Blijf in gesprek met je kind en let op hoe het verder gaat, thuis en op school.
Werk samen met school
Je staat er als moeder niet alleen voor. De school wil net als jij dat het pesten stopt. Neem daarom zelf contact op met de leerkracht, ook als de school jou al heeft gebeld. Laat weten dat je wilt meewerken en vraag wat de school gaat doen.
Zo pakt een KiVa-school het aan
Op een KiVa-school is er een KiVa-team van getrainde collega’s dat in actie komt als er wordt gepest. Er wordt niet gestraft, maar gekeken naar een oplossing. Een bekende werkwijze is de steungroepaanpak. Daarbij vormt de school een klein groepje leerlingen dat het gepeste kind gaat helpen. In die groep zitten ook de kinderen die pestten, samen met kinderen die het voor anderen opnemen.
Het kind dat pestte, wordt in die groep niet als dader aangewezen. Het krijgt juist de kans om het goed te maken, bijvoorbeeld door een compliment te geven of samen te spelen. Na ongeveer een week kijkt de leerkracht met het gepeste kind of het beter gaat. Daarna bespreekt de leerkracht dit ook met de groep. Kinderen die goed hebben geholpen, krijgen daar complimenten voor.
Voor jou als moeder is dit fijn om te weten. Je kind krijgt geen stempel, maar leert hoe het zich anders kan gedragen. Vraag de school gerust hoe zij het aanpakken en hoe jij thuis kunt helpen.
Wat je beter niet kunt doen
Het is verleidelijk om je kind hard te straffen, bijvoorbeeld door de telefoon een maand af te pakken. Maar straf alleen leert je kind niet waarom pesten verkeerd is. Het leert vooral dat het niet betrapt moet worden. Een gesprek en duidelijke afspraken werken meestal beter.
Probeer ook niet het probleem klein te maken met opmerkingen als “Het is maar een grapje” of “Kinderen doen dat nu eenmaal”. Voor het kind dat gepest wordt, is het geen grapje. En ga het gesprek met de ouders van het andere kind liever via school aan, zodat het rustig blijft.
Als het niet stopt
Blijft je kind pesten, ook na gesprekken thuis en afspraken met school? Of merk je dat je kind zelf niet lekker in zijn vel zit? Bespreek het dan opnieuw met de leerkracht en vraag of de intern begeleider kan meedenken. Ook de huisarts of de jeugdarts kan met je meekijken en je zo nodig doorverwijzen naar passende hulp.
Tot slot
Horen dat je kind pest, is voor geen enkele moeder makkelijk. Maar het zegt niets over hoe goed je als moeder bent. Het belangrijkste is wat je er nu mee doet. Blijf rustig, praat met je kind, keur het gedrag af en niet je kind, en werk samen met school. Zo help je niet alleen het kind dat gepest werd, maar ook je eigen kind.
Veelgestelde vragen als je kind pest
Wat moet je doen als je hoort dat je kind pest?
Probeer eerst rustig te blijven en luister naar wat de school of andere ouders vertellen. Praat daarna op een rustig moment met je kind en vraag hoe het zelf naar de situatie kijkt. Maak duidelijk dat het pestgedrag niet acceptabel is, zonder je kind als persoon af te wijzen.
Waarom gaat een kind andere kinderen pesten?
Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Een kind kan bijvoorbeeld graag bij een groep willen horen, bang zijn om zelf buitengesloten te worden of onvoldoende beseffen wat het gedrag met een ander doet. Soms spelen onzekerheid, frustraties of problemen op school of thuis een rol.
Hoe praat je met je kind over pestgedrag?
Kies een moment waarop jullie allebei rustig zijn en stel open vragen. Vraag wat er precies is gebeurd, waarom je kind op die manier reageerde en hoe het andere kind zich volgens hem of haar voelde. Probeer samen te bedenken welk gedrag de volgende keer beter zou zijn.
Moet je een kind straffen als het pest?
Duidelijke grenzen en consequenties kunnen nodig zijn, maar alleen straffen is meestal niet voldoende. Het is belangrijker dat een kind begrijpt waarom het gedrag schadelijk is, verantwoordelijkheid leert nemen en oefent met een andere manier van reageren.
Hoe kan school helpen als je kind pest?
De school kan onderzoeken wat er binnen de groep speelt, afspraken maken met betrokken leerlingen en het gedrag blijven volgen. Bij sommige aanpakken wordt niet alleen gekeken naar het kind dat pest en het kind dat gepest wordt, maar naar de hele groep en de rol die klasgenoten spelen.
Wat kun je doen als het pesten niet stopt?
Blijf in gesprek met de leerkracht en vraag welke vervolgstappen mogelijk zijn. De intern begeleider, zorgcoördinator of een andere deskundige binnen school kan eventueel meedenken. Wanneer er meer problemen spelen, kan ook professionele ondersteuning buiten school passend zijn.
