Zwarte Piet: zwart maken of wit wassen?

Is Zwarte Piet een discriminerend, ja zelfs racistisch verschijnsel omdat Piet terugwijst naar de tijd van zwarte slaven die als minderwaardig werden behandeld en beschouwd? Of is hij een boeiend verschijnsel dat licht werpt op onze geschiedenis en op onze voorouders?

Marcel Bas, student taalwetenschappen, heeft er een aardig boekje over geschreven.

Bas’ opzet is kernachtig en duidelijk: de kritiek op Zwarte Piet; zijn geschiedenis; bespreking van de kritiek in het licht van de geschiedenis. Die lijn gaan we nu ook volgen.

De kritiek op Zwarte Piet

De afgelopen jaren is er een aanzwellende vloed van kritiek gekomen op Zwarte Piet. Als voorlopig hoogtepunt (van die vloedgolf) is er het feit dat een commissie van de Verenigde Naties er zich mee is gaan bemoeien. Het zou tijd worden dat Nederland onmiddellijk ophoudt met deze vorm van onverbloemd racisme. De Nederlandse regering zou hierin het voortouw dienen te nemen.

Maar al eerder zijn er de geluiden van Gerda Havertong, bekend van het kinderprogramma Sesamstraat. Al begin jaren negentig hoopte ze dat dit ‘racistische, achterlijke en belachelijke’ gebruik spoedig zou verdwijnen. Van jongere datum zijn de rapper Akwasi en de kunstenaar Quinsy Gario. Zangeres Anouk en cabaretier Freek de Jonge schaarden zich openlijk achter hen.

De kern van de kritiek is dat Zwarte Piet rond 1850 zou zijn ontstaan, en wel uit toenmalige negerslaven, en dat de verticale verhouding tussen Sinterklaas en Zwarte Piet de overheersing van zwarten door blanken weerspiegelt.

Gario wil dat de ogen van het Nederlandse volk open gaan doordat men de oorsprong van Zwarte Piet onderzoekt en, gesterkt door de feiten uit dat historische onderzoek dit verschijnsel van harte zullen afschaffen.

De geschiedenis van Zwarte Piet

Marcel Bas zou Marcel Bas niet zijn als hij Gario’s handschoen zou laten liggen. Zijn historische zoektocht voert hem terug naar de Germaanse mythologie en brengt hem bij folkloristische gebruiken, niet alleen in ons land maar eigenlijk over heel Europa: van de IJslandse Grýla tot de Roemeense Sfântul Nicolae.

In ons land zijn er naast de landelijk bekende Sinterklaas en Zwarte Piet talloze lokale varianten. Op Terschelling lopen er op 6 december tientallen Sunderums (Sunderum is Terschellings voor Sint-heer-oom) rond. Eind november doen Klozems dat op Schiermonnikoog. Op de Veluwe zijn er zelfs zwarte Sinterklazen.

Zwitserse Schmutzli (‘smeerkees’)

Figuren als ‘onze’ Zwarte Piet worden overal in Europa aangetroffen. Bas geeft daar vele voorbeelden van: Klasbur, Pelzmärte, Ruprecht, Schmutzli, Krampus en nog veel meer. Waarschijnlijk gaan ze terug op de begeleiders van de Germaanse oppergod Wodan. Oorlogvoering was bij de Germanen een soort heilige plicht en je kon maar beter op het slagveld sneuvelen dan in een sterfbed de laatste adem uitblazen. Dat werd gezien als dapperheid tegenover lafheid.

In die sfeer van dapperheid hielden Wodan, zijn zwarte raven, Huginn en Muninn, en de voorouders van de Germanen de zogeheten Wilde Jacht. Met de overwinning van het christendom op het heidendom zou Wodan zijn omgevormd tot Sinterklaas en Wodans zwarte raven en gesneuvelde krijgers met zwarte gezichten tot Zwarte Pieten. Wellicht herinnert ‘Makkers, staakt uw wild geraas’ nog aan de Wilde Jacht.

Feit is dat Wodan en Sinterklaas allebei op een schimmel zaten/zitten, dat Wodan de mensen (runen)letters gaf en Sinterklaas chocoladeletters en zo zijn er nog opvallende overeenkomsten – Bas somt ze keurig op.

Zwart was de kleur van de onderwereld en dus kleurden deelnemers aan de aardse herdenkingsplechtigheid van de Wilde Jacht zich zwart. Door de witte elementen, zoals de schimmel, kondigden ze in de kortste dagen van het jaar het naderende lengen van de dagen aan. Ook brachten ze de naderende vruchtbaarheid in beeld. De roe (als fallussymbool) stond voor vruchtbaarheid. Oudere mannen sloegen er adolescenten mee om zo hun vruchtbaarheid symbolisch op hen over te dragen.

Met de tot Sinterklaas gekerstende Wodan hangen de tot Duivel geworden zwarte raven samen – en daar is later weer Zwarte Piet uit voortgekomen.

Maar, zoals dat gaat met mythes en godsdienstige en folkloristische rituelen, symbolen zijn kneedbaar en passen zich aan aan gewijzigde omstandigheden. Dat is al zo met het omduiden van Wodan tot Sinterklaas – als heilige had Nikolaas zich al verdienstelijk gemaakt voor kinderen. Dat is ook zo met het omduiden van de roe: van vruchtbaarheidssymbool tot middel om lijfstraf toe te dienen. En dus heeft ook de slavernij haar sporen op de Sinterklaasviering achtergelaten, want het pietepak is duidelijk een overblijfsel van de kleding die de zwarte bedienden droegen in de zeventiende en achttiende eeuw: pagepakje met pofbroek en molensteenkraag.

In feite is iets dergelijks de afgelopen 50 jaar ook gebeurd. Van de wijze, alwetende Sinterklaas en de dommige, onderdanige Zwarte Piet van de jaren vijftig van de vorige eeuw is nu niets meer over. Sinterklaas is een verstrooide, wat saaie goeierd geworden – hij vergeet voortdurend zijn staf; hij stuurt de kapitein van zijn stoomboot de verkeerde richting uit; hij houdt zijn boek ondersteboven. En Zwarte Piet is de slimmerd die Sinterklaas uit de problemen helpt, grapjes uithaalt en soepel en handig over komt op de kinderen. Was er vroeger respect voor Sinterklaas, tegenwoordig steelt Zwarte Piet de harten van onze peuters en kleuters.

Bespreking van de kritiek

Na de historische en folkloristische feiten is het tijd om de kritiek tegen het licht te houden. Hier volgen enkele overwegingen.

Als zwartepietachtige figuren overal in Europa voorkomen, ook in landen die nooit een kolonie hebben gehad en ook in landen die nooit slavenhandel hebben bedreven, kan onze Zwarte Piet onmogelijk een koloniaal, aan slavernij gekoppeld verschijnsel zijn.

Door de zwarte Sinterklazen op de Veluwe komt het zwart-wit-onderscheid van de Zwarte-Piet-kritici in de problemen. Als Sinterklaas de racistische bezegeling zou zijn van Zwarte Piet als zwarte slaaf, waarom zou hij dan ook een zwarte gedaante aan kunnen nemen?

Als Sinterklaas eerst een gekerstende en later geseculariseerde Wodan is en Zwarte Piet een gekerstende en later geseculariseerde zwarte raaf en/of gesneuvelde geest, waarom zouden de kritici het Sinterklaasgebeuren dan pas na de slavernij laten beginnen?

Bas vat het voor mij in één zin mooi samen: ‘Zwarte Piet is geen neger’ (p.70). Inderdaad, Zwarte Piet was een zwartgekleurde onderwereldfiguur en het duivelachtige, het negroïde en andere associaties zijn aan hem gaan kleven in de loop van zijn geschiedenis – zoals het elk folkloristisch gebruik betaamt.

Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? bespreekt nog meer punten. Zo zou Zwarte Piet volgens sommigen een schoorsteenveger geweest zijn en anderen zien er een gelijkenis in met het Noord-Amerikaanse verschijnsel ‘Blackface’. Bas laat zien dat geen van beide opvattingen stand houdt.

De volgende zet is aan de kritici

Ik heb Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? met veel plezier gelezen. Bas schrijft meestal vlot en met een groot gevoel voor humor. Zo was ik nog niet eerder tegengekomen dat Zwarte-Piet-kritici Zwarte Piet zwart proberen te maken. Ik zie zijn boek dan ook als iets in de sfeer van witwassen…

Aan de schaduwzijde van het boek staan voor mij twee zaken. In de eerste plaats ontbreekt een inhoudsopgave. En in de tweede plaats reserveert Bas het weerspreken van de kritiek niet alleen voor deel III dat hij daar feitelijk voor heeft geschapen. Zijn tegenstand tegen zijn tegenstanders komt op bijna elke bladzijde van de delen I en II wel even tot uiting. Zo gaat hij al meteen op p.10 met Gerda Havertong in discussie door te stellen dat ze wel de trots op haar eigen Surinaamse cultuur uitdraagt, maar zich onverdraagzaam opstelt tegenover het Sinterklaasgebeuren als deel van de Nederlandse cultuur. Weliswaar is Bas’ toon bijna steeds zakelijk maar de delen I en II hadden van mij dus nog zakelijker gemogen – de aangeduide passage over Havertong had van mij in deel III mogen staan.

Het enige dat mij steekt aan het Sinterklaasfeest is dat er – hoe men het ook draait of keert – een verticale verhouding is tussen Sinterklaas en Zwarte Piet. Wat mij betreft lossen we dat op door ze bijvoorbeeld allebei op een schimmel te laten rijden. Dat gebeurt al met Nikolaus en Ruprecht in bepaalde delen van Duitsland. Of er blijft één schimmel, waar elk van beiden een deel van de optocht op zit.

Voor het overige moet Zwarte Piet vooral zwart blijven en zijn pietepakje aanhouden precies zoals de Sint zijn bisschopskledij blijft aantrekken. ‘Mooi zwart is niet lelijk’, zeiden ze in de jaren zeventig. Voor mij geldt dat nog steeds. En laten we vooral doorgaan met de verstrooide Sint en de grappige, slimme Zwarte Piet. Er is geen betere antiracistische opvoeding voor onze peuters en kleuters dan dat stel.

Hoe nu verder? Bas heeft Gario’s voorstel om op basis van onderzoek van de feiten opgepakt. Ik hoop van harte dat Gario óf zal aantonen dat Bas’ feiten niet deugen, óf dat ze anders geduid dienen te worden. De kritici zijn nu aan zet!

Ik heb Gario een paar keer op de televisie aan het woord gezien. Hij maakte op mij een sympathieke, relativerende indruk. Maar als hij Bas niet met feiten om de oren slaat en in het najaar van 2014 weer met dezelfde kritiek komt, zou ik hem een zeurpiet gaan vinden. Ik zou dat jammer vinden.

Maar voorlopig kan ik elke volwassene aanraden de komende dagen zijn schoen te zetten en te zingen:

Sinterklaas kapoentje,

Gooi Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? in mijn schoentje.

Gooi het in mijn laarsje.

Dank je, Sinterklaasje!

zwarte piet boekM. Bas, Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend?, Soesterberg, Aspekt, 2013.

ISBN 9789461534095.