‘Uit’ en toch erin!?

Teun van anderhalf zit in zijn kinderstoel. Hij roept ‘Uit! Uit!’, terwijl hij zijn handen naar je uitstrekt. Je tilt hem uit zijn stoel.

Een uur later zet je zijn eten op zijn kinderstoel. Hij gaat bij je staan en roept ook ‘Uit! Uit!’ terwijl hij zijn handen naar je uitstrekt.  Je tilt hem op en zet hem in zijn stoel.

Gek: Teun zegt ‘uit’, niet alleen als hij uit zijn stoel wil maar ook als hij erin wil. Hoe komt dit?

Het antwoord wordt je gauw duidelijk als je je realiseert dat Teun in beide gevallen dezelfde handeling verricht. Hij strekt zijn handen naar iemand uit. In beide gevallen wil hij iets vergelijkbaars, namelijk verplaatst worden. De contekst maakt duidelijk wat hij bedoelt. Immers, als hij ín zijn kinderstoel zit, kan ‘uit’ alleen betekenen dat hij eruit wil. Maar als hij náást zijn kinderstoel staat, kan de betekenis van ‘uit’ alleen zijn dat hij erin wil.

De even oude Anita bevestigt deze duiding. Zij zegt in het eerste geval ook ‘uit’, maar in het tweede geval ‘in’. En bij ‘in’ doet ze duidelijk wat anders dan bij ‘uit’. Bij ‘in’ strekt ze niet haar handen naar iemand uit, maar klautert ze alvast tegen haar stoel op.

Tweepolig woord

We noemen Teuns ‘uit’ een tweepolig woord. Zijn ‘uit’ heeft immers twee tegengestelde betekenissen: zowel ons ‘uit’ als ons ‘in’. Een ander voorbeeld van een tweepolig woord is Pieters ‘open’.  Hij zegt ‘open’ als hij het deksel van zijn speelgoeddoos doet, maar ‘dicht als hij het deksel op de doos legt.

Een tweepolig woord kan zelfs in twee of meer opzichten tweepolig zijn. In het Nederlands is ‘aan’ daar een voorbeeld van. Het kan zowel ‘licht aan’ als ‘licht uit’ betekenen, maar ook zowel ‘kleren aan’ als ‘kleren uit’. In beide gevallen verricht het kind inderdaad dezelfde handeling: op de lichtknop drukken respectievelijk de armen uitstrekken zodat de volwassene het hemd of de trui over zijn armen kan halen.

Tegen ‘kaars uit’ zegt Angela echter niet ‘aan’. Als een kaars wordt aangestoken, mag ze alleen toekijken. Als een kaars wordt gedoofd, mag ze blazen. Tweepolige woorden staan inderdaad voor een en dezelfde handeling.

Ewald Vervaet werkt bij Histos, een stichting die psychologisch onderzoek verricht en bevordert. Heb jij een vraag voor Ewald? Reageer dan op dit artikel en wie weet wordt hij binnenkort beantwoord.

31 weken zwanger

Jij en je lichaam in de eenendertigste week van je zwangerschap Je bekken bereid zich voor op de bevalling. Dit is al een aantal weken terug ...