Kinderen en nachtmerries

Twee uur ’s nachts. Het hele gezin ligt op één oor. Ook moeder geniet van haar welverdiende rust, weggekropen in een warm holletje onder de dekens. MAMMAAAAA!! Een ijselijke gil klinkt door de zojuist nog serene woning. Moeder springt uit bed en haast zich naar de kinderkamer, in de hoop het vege lijf van haar jongste telg nog tijdig te kunnen redden. Met bonzend hart gooit ze de slaapkamerdeur open en neemt een sprint naar haar kind. Tegen de tijd dat tot haar ruw ontwaakte hersens doordringt dat de kleine gewoon veilig in bed ligt, is het te laat om dat ene rondslingerende autootje nog te ontwijken. Au! Twee glaasjes water, drie verhaaltjes en minstens tien dozijn knuffels later, is kindlief eindelijk afdoende gekalmeerd om weer te kunnen slapen. Moeder daarentegen is wakkerder dan ooit. Herkenbaar? Dan wil je vast wel weten wat je kan doen als je kind geplaagd wordt door nachtmerries.

Om te beginnen: dromen, en daarmee nachtmerries, volledig voorkómen kan je niet. Eigenlijk maar goed ook, want door te dromen verwerken kinderen (en volwassenen ook) de indrukken die zij overdag hebben opgedaan. Dromen is noodzakelijk om de geest gezond te houden; wanneer je niet zou dromen, werd je letterlijk knettergek. Ook nachtmerries horen bij het verwerken van indrukken en gevoelens van overdag. Een incidentele nachtmerrie is dan ook geen reden tot ongerustheid. Wanneer je kind daarentegen steeds terugkerende nachtmerries heeft, is het zaak om na te gaan of er iets is waar het angstig van wordt en/of zorgen om maakt. Ook lichamelijk onwel zijn kan nachtmerries tot gevolg hebben: koorts, een te volle maag, oververmoeidheid, medicijngebruik of een te warme slaapkamer zijn bekende oorzaken.

Een vast en rustgevend bedritueel is de eerste aanloop naar een goede nachtrust. Door de kleine tijdig naar bed te brengen, lekker in te stoppen en eventueel nog een verhaaltje voor te lezen, zorg je er als moeder (of vader) voor dat je kind zich rustig voorbereidt op de nacht. Ook een bedlampje mag in de meeste kinderslaapkamers niet ontbreken, net zomin als een knuffelbeest. Dit nietsvermoedende knuffelbeest bombardeer je vervolgens tot ‘bewaker’: Beer (of Poes, of Hond) zorgt er voor dat er geen nare dromen kunnen komen! Ook kan je, samen met je kind, nog andere rituelen verzinnen die de boze dromen op afstand moeten houden: een versje, bijvoorbeeld. Of de aanschaf van een dromenvanger. Dus moeder, laat je creativiteit de vrije loop!

Verder is het een goed idee om de slaapkamer eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. Wat voor jou gewoon een stoeltje is, is voor jouw spruit misschien wel een Heel Erg Enge Schaduw waarin ongetwijfeld tientallen monsters zich schuilhouden. Over monsters gesproken; de ruimte onder het bed zit er vol mee! Vergeet dus niet om ’s avonds voor het slapen gaan de MAM (Magische Anti-Monsterspreuk) uit te spreken.

Zijn er overdag nare dingen gebeurd, dan kun je daar het beste nog even met je kind over praten, vóórdat het naar bed toe gaat. Door er over te praten, help je je kind(eren) de gebeurtenissen een plekje te geven en alvast enigszins te verwerken, zodat de kans kleiner is dat er nachtmerries door ontstaan. Heeft je kind eenmaal een nachtmerrie gehad, laat het dan even rustig bijkomen en vertellen wat het heeft gedroomd. Interrumpeer niet te vroeg met de mededeling: “Het was maar een droom, het is niet echt,” want zeker voor jongere kinderen is het moeilijk om fantasie en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. Ook het in bed nemen van je spruit is geen goed idee, omdat je het kind op die manier de boodschap geeft dat alleen het bed van pappa en mamma een veilige haven is.

Heeft je kindje echt heel vaak nachtmerries, dan moet je als moeder alert zijn op psychische oorzaken. Dit wil niet zeggen dat je kind iets mankeert, maar wel dat er iets is dat hem/haar blijkbaar erg bezighoudt en/of angst aanjaagt. Kijk hierbij ook naar het gedrag overdag: reageert het kind anders dan anders? Is het bijvoorbeeld stiller, angstiger of juist drukker en dwarser dan voorheen? Kan je geen duidelijke oorzaak vinden, overweeg dan eens om hulp in te schakelen van de huisarts, een opvoedkundig steunpunt en/of een (kinder)psycholoog.

slapen